2 Trends en ontwikkelingen
Verkiezingsprogramma’s zijn in de tijd afgebakend en de inhoud wordt vaak bepaald door het ritme van een zittingsperiode. De focus is daardoor veelal gericht op de korte en middellange termijn, maar de effecten - als resultaat van een in samenspraak met anderen uitgevoerd beleid – hebben een verdere doorwerking. Daarnaast doen zich in onze samenleving en de wereld daar omheen min of meer autonome ontwikkelingen voor, laten zich trends waarnemen waarvan de effecten op veel langere termijn duidelijk worden. Beide moeten met elkaar in verbinding worden gebracht, moeten als het ware aan elkaar gekoppeld worden. Een partij als het CDA, die zich in haar handelen baseert op en zich geïnspireerd voelt door de waarden van gespreide verantwoordelijkheid, publieke gerechtigheid, solidariteit en rentmeesterschap moet zich verplicht voelen verder te kijken dan een periode van vier jaar. De waarden zijn immers gericht op duurzaamheid die per definitie minder tijdgebonden is en dus zal voortdurend de vraag gesteld moeten worden: welke ontwikkelingen doen zich in onze samenleving voor en wat betekenen die voor de inrichting daarvan. We leven op dit moment in een erg boeiende tijd. Een tijd waarin veel bewegingen en veranderingen zijn waar te nemen, waarvan weliswaar bepaalde contouren zich opdringen, maar waarvan we (nog) onvoldoende weten wat mogelijkerwijs de consequenties zijn voor de inhoud van het beleid.
Beleid maken is in feite een continu proces. Gelet op deze veranderingen wordt voorgesteld de komende periode nadrukkelijker aan scenario-denken te werken. We moeten bij wijze van spreken ons kompas wat nadrukkelijker in het oog houden en waar nodig onderweg bijstellen. Er doen zich verschillende trends voor of laten zich aanzien als een ontwikkeling die meer is dan een eendagsvlieg. Zonder de pretentie te hebben volledig te zijn, noemen we:
- De roep om meer ruimte voor nieuw particulier initiatief.
- De veranderende arbeidsmarkt, die zich vooral kenmerkt door pluriformiteit en zich minder aantrekt van afstanden en van de traditionele grenzen.
- Een zich innoverende economie als gevolg van de ICT, Europa en verder.
- Anderzijds de behoefte aan een samenleving waarin de menselijke maat weer herkenbaar is.
Voor het CDA vormen de organisaties en instellingen van het maatschappelijke middenveld de ruggengraat van onze maatschappij. Daar krijgt de gespreide verantwoordelijkheid, als een van de CDA-kernwaarden, vorm. Er is echter een ontwikkeling gaande waarbij door schaalvergroting en fusies de herkenbaarheid en de worteling in de samenleving verdwijnt. Er ontstaan autonome instanties die een monopoliepositie innemen op essentiële maatschappelijke dienstverlening als zorg, onderwijs, energie en wonen. De invloed van zowel de individuele burger als ook van de overheid verdwijnt.
- De demografische ontwikkelingen.
Die laatste ontwikkelingen willen we hier wat explicieter naar voren halen. Die kenmerken zich door een structurele bevolkingsdaling in combinatie met een onevenwichtige bevolkingsopbouw. Op dit gebied zijn en worden veel studies verricht. Zo verscheen onder meer in februari 2006 een belangwekkend rapport dat politieke aandacht vraagt voor het verschijnsel van de bevolkingsdelen, omdat “deze demografische ontwikkeling grote invloed zal hebben op veel beleidsdossiers[1]”. Was de politieke besluitvorming tot nu toe steeds gebaseerd op de groei van de bevolking en de economie, in de nabije toekomst zal daaraan een eind komen en moeten we rekening houden met een krimp van de bevolking. Dat vergt een heel andere manier van denken en beleidsvoering. Hoe willen we met minder ‘middelen’ toch de welvaart behouden? Die krimp van de bevolking in combinatie met de verzilvering zal enorme gevolgen hebben voor de meeste beleidsterreinen, zoals de mobiliteit, de arbeidsmarkt, de gezondheidszorg, vrije tijdsbesteding in de ruime zin, de volkshuisvesting. In veel gevallen zal de roep om kwaliteit boven kwantiteit sterker worden. Vanzelfsprekend doen deze ontwikkelingen zich voor in geheel Nederland, maar vanuit onze politieke visie en idealen moet het meer dan onze nieuwsgierigheid prikkelen om te ontdekken wat voor effecten dit zal hebben voor onze eigen provincie Overijssel.
Uit het genoemde rapport blijkt dat het begin van de krimp van de bevolking in zijn totaliteit en van de beroepsbevolking in het bijzonder zich in Overijssel na 2015 zal voordoen, terwijl die in andere provincies of delen daarvan zich nu al manifesteert. Maar ook binnen de provincie zelf zijn er verschillen naar omvang en het tijdsbestek waarbinnen die veranderingen zich zullen gaan manifesteren. Voor de komende Statenperiode is het nog niet nodig om in verband met deze krimp wijziging van het ingezette beleid aan te brengen. Dat schept ons ogenschijnlijk enige tijdsruimte. Bij het nieuwe omgevingsplan dat in 2008-2009 wordt vastgesteld en weer een looptijd kent van 10 jaar moet er wel rekening mee worden gehouden. De komende periode zullen deze trends en ontwikkelingen nader benoemd en verkend moeten worden. Daaraan zullen we op grond van onze eigen gedachtegoed conclusies moeten verbinden.
[1] ‘Structurele bevolkingdaling. Een urgente nieuwe invalshoek voor beleidsmakers’, een rapport in opdracht van de secretarissen van de Raad voor Verkeer en Waterstaat en van de VROMRaad, februari 2006. Een rapport dat wijst op de bevolkingsdaling enerzijds en de wens om de welvaart te behouden anderzijds, wat zou moeten leiden tot een politiek van de krimp.