Statenverkiezingen » Verkiezingsprogramma » Ruimtelijke en ecologische duurzaamheid  
Zoeken:
 
 Welkom bij het CDA Overijssel
Welkom op de website van het CDA Overijssel
  
 
Snel naar
  
 
Inhoud
  
 Verkiezingsprogramma 2007-2011

4 Ruimtelijke en ecologische duurzaamheid

4.1 Ruimtelijke samenhang

Visie - We zijn bevoorrechte mensen omdat we mogen wonen, werken en/of recreëren in één van de mooiste delen van ons land. Dat schept echter ook verplichtingen en uitdagingen voor het beheer, de inrichting en het gebruik van dit gebied. Juist bij de ruimtelijke ontwikkeling is voorzichtig handelen geboden, omdat de ingrepen en de veranderingen vaak een onomkeerbaar effect hebben. Dat betekent niet dat vanuit het provinciehuis alles gedetailleerd en dirigistisch wordt geregeld en dat als een dictaat aan anderen wordt opgelegd. Integendeel, het CDA vindt dat er juist minder regels kunnen zijn en meer ruimte geboden kan worden aan anderen. Minder bevoogdend, meer ruimte voor eigen verantwoordelijkheid. Die neerleggen waar deze thuishoort. We staan dan ook ontwikkelingsplanologie voor. Een integrale beleidsontwikkeling staat voorop, zodat met verschillende partijen een pakket samenhangende projecten wordt uitgevoerd. Op die manier kan de ruimtelijke kwaliteit en de sociaal-economische ontwikkeling van een gebied worden verbeterd. Er moet vooral sprake zijn van een kwalitatief evenwicht tussen groen, rood en blauw. Kwaliteit boven kwantiteit. In onze gedachte moet het platteland vitaal blijven met ruimte voor het behoud en het zich ontwikkelen van de (agrarische) werkgelegenheid en het creatief herbestemmen van de vrijkomende gebouwen. Vitaal platteland betekent echter meer, namelijk ook het behoud en een goed (mede)gebruik van de open ruimtes. Groen en blauw zullen de overheersende kleuren zijn. In de stedelijke centra echter zal rood de kleur zijn, waarbij inbreiding en herstructurering komen vóór uitbreiding ten koste van de open ruimtes.

Programmapunten
a. Ruimtelijke ontwikkeling is een kerntaak van de provincie. Uitgangspunt is dat de dynamiek in de steden en de vitaliteit op het platteland worden versterkt. Bij deze ontwikkeling wordt uitgegaan van zuinig ruimtegebruik en het versterken van natuur, landschap en water bij het invullen van de ruimtelijke claims voor wonen, werken en recreëren.
b. Bij ruimtelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Bestuurlijk overleg tussen de verschillende overheden in een vroegtijdig stadium is daarbij van groot belang. Het Overijssels Atelier Ruimtelijke Kwaliteit wordt voortgezet.
c. Het CDA blijft inzetten op dereguleren. Verschillende planvormen moeten worden geconcentreerd in één provinciaal omgevingsplan (POP). In het POP worden de thema's wonen, werken, recreëren, water, milieu, natuur en landschap integraal afgewogen.
d. Vanuit de gespreide verantwoordelijkheid zet het CDA in op de ontwikkelings- en toelatingsplanologie. In het eerste geval zal met verschillende partijen een pakket samen-hangende projecten worden uitgevoerd om de ruimtelijke kwaliteit en de sociaal-economische ontwikkeling van een gebied te verbeteren. Het CDA wil dit ondermeer in het landelijke voorbeeldproject IJsseldelta blijven vormgeven. In het tweede geval zal de provincie zich terughoudender moeten opstellen bij haar toezichthoudende taak bij de totstandkoming van bestemmingsplannen en het afgeven van verklaringen van geen bezwaar. De instrumenten die de nieuwe WRO en de Grondexploitatiewet aanreiken zullen ruim worden gehanteerd. De bestaande Handreiking en beoordeling ruimtelijke plannen, evenals de Provinciale Vrijstellingenlijst artikel 19 lid 2 WRO dienen dan ook geregeld te worden geëvalueerd, in samenspraak met de gemeentes en maatschappelijke partijen.
e. Concentratie van wonen en werken in de steden en streekcentra blijft het uitgangspunt. Van belang daarbij is dat de steden zorg dragen voor een gevarieerd woningaanbod. Ook in de overige kernen/dorpen wil het CDA de woningbouw versnellen en voldoende mogelijkheden bieden voor passende werkgelegenheid. Daarnaast zet het CDA in op extra woningbouw ten behoeve van natuurlijke aanwas in de kleine kernen en buurtschappen.
f. In de grote steden ondersteunt het CDA het verbeteren van leefbare wijken, het versterken van de sociale infrastructuur en innovatieve economische ontwikkelingen. De woningbouwprogramma's worden versneld uitgevoerd.
g. In en rond de steden moet voldoende ‘groen’ aanwezig zijn voor zowel de natuur en landschap als recreatie en toerisme. Het CDA wil in het stedelijke gebied aandacht voor ‘groen’ en ‘blauw’. Deze geven ruimte voor mensen om elkaar te ontmoeten en om zich te ontspannen.
h. Het CDA ondersteunt de bijzondere streekfunctie van Hardenberg en Steenwijk. Gezien de ligging moet de extra functie op het gebied van wonen, werken en voorzieningen nog verder worden uitgebreid. Het CDA vindt dat de provincie dit moet ondersteunen.
i. Bij de herbestemming van vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen kan worden gedacht aan kleinschalige alternatieve bedrijfsactiviteiten, diverse woonvormen en sociaal-culturele en educatieve voorzieningen. Daarbij mogen bestaande agrarische bedrijven in de omgeving van vrijkomende agrarische gebouwen niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering door nieuw te vestigen niet-agrarische activiteiten. Tijdige en goede afstemming inzake milieuregels is noodzakelijk. Voor zover in vrijkomende agrarische bedrijfsgebouwen wooneenheden worden geprojecteerd, zal de provincie soepel en creatief moeten omgaan met de toe te laten kubieke meters inhoud.
j. Het CDA wil voortzetting van het huidige systeem voor de volkshuisvesting en woningbouw waarbij niet uitsluitend wordt gelet op aantallen, maar waarbij sturing op ruimtelijke kwaliteit centraal staat. Van belang is dat er ook voldoende ruimte is voor sociale woningbouw evenals voor woningen ten behoeve van starters en ouderen, zowel op het platteland als in de stad.
k. Meervoudig en efficiënt ruimtegebruik en ondergronds bouwen worden gestimuleerd.

4.2 Volkshuisvesting

Visie - Wonen blijft in de ogen van het CDA een basisvoorziening. Dat betekent dat mensen moeten kunnen beschikken over geschikte en betaalbare huisvesting en een goede woonomgeving. We kunnen vaststellen dat er geen echte woningnood is in de zin dat de mensen geen dak boven hun hoofd hebben. De behoefte is er vooral één van kwaliteit, afhankelijk van de doelgroep waartoe men behoort, zoals de senioren en de starters, hetzij alleenstaand hetzij als jong gezin. Het CDA blijft zich inzetten op het geven van een bouwimpuls voor woningen. Hierdoor kunnen er meer mensen zelfstandig wonen. Bovendien is het goed voor de werkgelegenheid. Niet alleen nieuwbouw verdient aandacht, maar ook het instandhouden en verantwoord beheren van de bestaande voorraad. Vanuit de visie die het CDA heeft op het terrein van ruimtelijke ontwikkeling, zullen de stedelijke centra extra ruimte moeten krijgen voor hun bouwprogramma en moeten de overige kernen de natuurlijke aanwas kunnen vasthouden. Het doel daarbij zal moeten zijn: leefbare wijken en kernen, waarbij de kwaliteit van de vraag aansluit bij de verschillende doelgroepen. Het CDA is van oordeel dat de gemeenten ruimte moeten krijgen voor het kwalitatief doen aanvullen en verbeteren van de woningvoorraad. Niet de kwantiteit is bepalend, maar het beleid neergelegd in een woonvisie, in samenspraak met buurgemeenten. We gaan voor sterke steden en vitale kernen, ingepast naar de aard en maat van ‘de Tuin van Nederland’.

Programmapunten
a. De provincie heeft een belangrijke taak waar het gaat om het organiseren van de afstemming tussen de diverse partners op het terrein van de volkshuisvesting. Uitgangspunt voor het CDA is de visie van de gemeente, neergelegd in een actuele woonvisie. Bij het bepalen van de woningbouwmogelijkheden voor de gemeente(n) zullen deze woonvisie en de afdwingbare prestatieafspraken het uitgangspunt zijn. Aandacht in de woonvisie moet er zijn voor woningen ten behoeve van ouderen, starters en studenten, evenals voor speciale groepen, zoals gehandicapten, asielzoekers en allochtonen. Aanpasbaar bouwen, evenals duurzaam en energiezuinig bouwen, dienen gestimuleerd te worden. Deze woonvisies vormen de basis voor het maken van prestatieafspraken.
b. De behoefte aan extra woonruimte zal naar de stedelijke centra gaan, maar de plattelandsgemeenten moeten voldoende woningbouwmogelijkheden hebben om hun eigen inwoners, die willen blijven wonen in het dorp waar ze geboren en getogen zijn en/of waarmee ze een sociale of economische binding hebben, te kunnen opvangen. Bovendien kan op deze manier worden bijgedragen aan het behoud van het voorzieningenniveau en de sociale structuur.
c. Starters en ouderen verdienen vooral op het platteland de aandacht. Het CDA is voorstander van het (blijven) toepassen van bindingseisen, zodat in het bijzonder de jongeren en ouderen op de woningmarkt beschermd kunnen worden en zal zich richting het Rijk en de EU inspannen om dit mogelijk te maken.
d. Ook in het buitengebied moeten voldoende passende woonvormen voor jongeren, jonge gezinnen en ouderen gerealiseerd kunnen worden. Er zullen daartoe meer mogelijkheden voor woningsplitsing (ook bij bestaande agrarische bedrijven) en andere woonvormen, zoals knooperven worden geboden. Er dient op dit punt een actief beleid te worden gevoerd ten aanzien van de vrijkomende agrarische gebouwen. Daarnaast zal er in overleg met de zorgaanbieders gekeken worden naar de realisatie van een passend aanbod aan zorgvoorzieningen
e. Gezien de toenemende vergrijzing verdient de bouw van voldoende ouderenwoningen extra aandacht. De bouw van meergeneratie- en levensloopbestendige woningen wordt gestimuleerd. Dit betekent dat er meer aanpasbare woningen moeten worden gebouwd.
f. Het CDA wil dat er een discussie op gang wordt gebracht over de diversiteit van wonen en de wenselijkheid van het bij elkaar brengen van diverse functies, zoals woonservice-zones.
g. Het CDA wil dat de woningcorporaties worden betrokken bij het realiseren van ‘maatschappelijk‘ vastgoed, zodat ook vanuit die sector een grotere bijdrage wordt geleverd aan de leefbaarheid van woonwijken en woonkernen.

4.3 Land- en tuinbouw

 Visie - De functie van het platteland zal de komende tijd gaan veranderen, maar de landbouw zal van grote betekenis blijven, zowel voor de voedselvoorziening als in economisch, landschappelijk en sociaal opzicht. Zonder agrariër is een leefbaar buitengebied ondenkbaar. Daarnaast zullen echter andere functies, zoals natuurbeheer, recreatie en toerisme, hun plaats opeisen. In de landbouwsector zal de schaalvergroting zich voortzetten. Het CDA is van oordeel dat een gezonde en duurzame bedrijfsontwikkeling mogelijk moet zijn. Daarnaast zal ook nieuw ondernemerschap de ruimte moeten krijgen. Alle functies zullen in onderlinge harmonie en acceptatie hun bijdrage moeten leveren aan het instandhouden en ontwikkelen van landschapswaarden en de cultuurhistorie van het platteland.

Programmapunten
a. Het CDA wil dat de provincie fors inzet op structuurverbetering voor de grondgebonden landbouw, bij voorkeur in de vorm van vrijwillige, planmatige kavelruil.
b. De provincie ondersteunt (samenwerkings)projecten op het gebied van innovatie, ondernemerschap en duurzaamheid.
c. De provincie stimuleert de ontwikkeling en invulling van landbouwontwikkelingsgebieden voor de intensieve veehouderij. Dit mag er niet toe leiden dat bestaande bedrijven hierdoor geen mogelijkheid tot uitbreiding meer hebben.
d. Voor grootschalige landbouwbedrijven worden mogelijkheden gecreëerd voor een groter bouwblok dan tot nu toe is toegestaan, mits dit gepaard gaat met een goede landschappelijke inpassing.
e. Biologische landbouw wordt door vraagstimulering ondersteund.
f. De provincie ondersteunt agrarische ondernemers die willen verbreden.
g. Het gebruik van biomassa, biobrandstoffen, mestvergistingsinstallaties en andere vormen van duurzame energie door agrariërs wordt gestimuleerd (zie ook paragraaf 4.6. ‘duurzame energie’)
h. Agrariërs die duurzame energie willen opwekken, bijvoorbeeld in een mestvergistingsinstallatie, krijgen daarvoor planologische ruimte, onder voorwaarde dat er een goede landschappelijke inpassing kan plaatsvinden.
i. Het CDA vindt dat de rijksinvesteringsregeling voor jonge boeren moet worden voortgezet. De provincie moet hieraan ook blijven bijdragen.
j. Groene en blauwe diensten als bron van inkomsten van agrarische bedrijven vragen om een duurzaam instrumentarium (zie ook paragraaf 4.4. ‘landschap’).
k. Het CDA vindt een landelijke status van de Koekoekspolder in IJsselmuiden (satelliet van de grote(re) greenports) van groot belang. Werkgelegenheid, innovatie en duurzaamheid en duurzame ontwikkeling met inbegrip van de lichtvervuiling, zijn daarbij belangrijke onderwerpen.
l. Als de Koekoekspolder, ook na herstructurering van het oudere gedeelte, vol is, moeten er binnen en/of buiten Overijssel uitbreidingsmogelijkheden voor de glastuinbouw blijven bestaan.
m. Ondersteunende glastuinbouw moet – in beperkte mate – ook elders in de provincie op daarvoor aan te wijzen plaatsen mogelijk zijn, met behoud van landschappelijke kwaliteit.

4.4 Natuur en landschap

Visie - Natuur en landschap zijn niet alleen waardevol in zichzelf, maar hebben ook een grote maatschappelijke en economische waarde. Daarom hecht het CDA veel waarde aan groene (en blauwe) diensten. Natuurbeheer dient gericht te zijn op duurzaamheid en kwaliteit. Dit kan gerealiseerd worden zowel – bij voorkeur - via particulier en agrarisch natuurbeheer, als door verwerving door terreinbeherende organisaties. Invulling van nieuwe natuur vindt zoveel mogelijk plaats via een integraal gebiedsproces.

Programmapunten
a. Het CDA wil de ecologische hoofdstructuur (EHS) met robuuste verbindingszones in 2018 gerealiseerd hebben. Dit dient maatwerk te zijn, op vrijwillige basis met de gebiedsbetrokkenen. Waar dat mogelijk is, heeft particulier beheer voorkeur boven aankoop. Realisatie van nieuwe natuur vindt plaats in een gebiedsproces om zoveel mogelijk tot win-win situaties te komen voor natuur en landbouw, natuur en water, enzovoorts. De provincie spant zich in voor voldoende middelen voor noodzakelijke verplaatsing van agrarische bedrijven en ander flankerend beleid.
b. Bij de herbegrenzing van de EHS moet gestreefd worden naar win-win situaties voor natuur, landbouw en andere bedrijvigheid. De grenzen van de EHS zijn een middel en geen doel op zich. Dit geldt ook voor de robuuste verbindingszones.
c. Bij de totstandkoming van de beheerplannen voor de aangewezen Natura2000-gebieden worden de eigenaren en grondgebruikers in en om de gebieden betrokken.
d. Omdat het landschap niet alleen een eigen, intrinsieke waarde heeft en een grote waarde voor de mens, maar ook een zelfstandige, economische waarde, wil het CDA dat de provincie groene diensten (inclusief toegankelijkheid) stimuleert en cofinanciert. Daarbij gaat het niet alleen om (agrarische) ondernemers voor wie het natuurbeheer een belangrijke neveninkomst is, maar ook om grote(re) bedrijven, landgoederen en anderen die hieraan willen meewerken.
e. De provincie dringt er bij de rijksoverheid op aan weidegang als groene dienst te belonen. Het CDA vindt dat Overijssel daarop moet inspelen.
f. De provincie moet zich er voor inspannen dat zowel particulier beheer als agrarisch natuurbeheer eenvoudiger en sneller kunnen worden uitgevoerd.
g. Het CDA vindt dat de provincie moet inzetten op recreatief medegebruik van natuur en landschap.
h. ‘Rood voor groen’ wordt ingezet om het landschap te versterken en in stand te houden. Vooral voor landgoederen kan dit instrument van grote betekenis zijn.
i. De kernkwaliteiten van de twee Overijsselse Nationale Landschappen (Noordoost Twente en IJsseldelta Noord) worden versterkt door deze gebieden verder te ontwikkelen. De provincie zorgt voor substantiële cofinanciering. De landbouw is een belangrijke drager van de Nationale Landschappen. Ook andere economische activiteiten, waaronder recreatie en toerisme, zijn in de Nationale Landschappen van belang.
j. De provincie ondersteunt de inzet van vrijwilligers in het natuur- en landschapsbeheer, evenals het – bijvoorbeeld door middel van milieueducatie – meer betrekken van de inwoners van Overijssel, in het bijzonder jongeren, bij natuur en landschap.
k. De provincie stimuleert de opleiding en training van buitengewone opsporingsambtenaren (BOA’s, zoals sommige jachtopzieners) in natuur en landschap, mits deze breder worden ingezet dan alleen in het belang van de grondeigenaar.
l. Het CDA wil dat de provincie gemeenten stimuleert om met een ‘databank natuurgegevens’ inzichtelijk te maken welke natuurgegevens van belang zijn voor bouwlocaties, locaties voor infrastructuur en dergelijke. Deze online voorziening kan een einde maken aan de vertraging van (bouw)projecten als onbedoeld neveneffect van het beleid om natuur en biodiversiteit te beschermen.

4.5 Water

Visie - Het belang en de noodzaak van ruimte voor het water wordt steeds nadrukkelijker erkend. Hoewel onze provincie ook op dit gebied goed is bedeeld en hier en daar de kleur blauw overheerst, zal in de toekomst meer aandacht geschonken moeten worden aan het water. Dan gaat het niet alleen om voldoende water met de juiste kwaliteit op de juiste plaats, maar ook om het tegengaan van gevaar voor overstromingen. De komende jaren zal het water vanuit de drie B’s benaderd worden, dat wil zeggen:
- Beheren, waarbij de nadruk komt te liggen op de samenwerking met de waterschappen en het drinkwaterbedrijf.
- Beschermen, dat wil zeggen de zorg voor veiligheid, het voorkomen van wateroverlast en voor voldoende en schoon water.
- Benutten, waarbij het genieten van het water in de ruimste zin centraal staat: water als belangrijke randvoorwaarde voor een gevarieerd aanbod voor recreatie en toerisme.
Uitvoering van alle voornemens die zijn geformuleerd op basis van onder meer ‘Waterbeleid 21e eeuw’, ‘Kaderrichtlijn Water’ en ‘Ruimte voor de Rivier’, betekent dat de samenwerkende partners in Overijssel ook in de komende jaren voor een grote wateropgave staan. Het CDA kiest daarbij als uitgangspunt: pragmatisch, haalbaar en betaalbaar. Dus liever wat je doet goed doen en in een tempo dat iedereen kan bijhouden, dan alles half.

Programmapunten
a. Uitgaande van ieders verantwoordelijkheid, zet de provincie samen met waterschappen en gemeenten in op een duurzamer, natuurlijker en veerkrachtiger watersysteem.
b. Hoewel technische maatregelen in een aantal gevallen mogelijk en nodig zijn, vraagt het klimaatbestendig maken van Overijssel vooral om ruimtelijke maatregelen in het kader van ‘Ruimte voor de Rivier’, ‘Waterbeleid 21e eeuw’ en de ‘Kaderrichtlijn Water’. Het gaat hierbij niet alleen om het voorkomen van teveel water, maar ook om droogtebestrijding en een goede waterkwaliteit.
c. Uitgangspunt bij zowel het kwantitatieve als kwalitatieve waterbeheer is dat maatregelen pragmatisch, haalbaar en betaalbaar moeten zijn. Het CDA wil dat het watersysteem in 2015 op orde is.
d. Toekomstgerichte functiecombinaties worden in een gebiedsgerichte aanpak bevorderd: water – natuur, water – landbouw, water – recreatie/toerisme, sportvisserij, water – wonen, water – bedrijvigheid.
e. Om meer ruimte te creëren voor water geeft het CDA voorkeur aan blauwe diensten of een blauwe regeling, waarbij de grond in eigendom en gebruik blijft bij de eigenaar, boven aankoop van grond.
f. Noodzakelijke anti-verdrogingsmaatregelen voor natuurgebieden moeten gepaard gaan met een goede compensatie van de schade die agrarische bedrijven hiervan ondervinden.
g. Het CDA wil dat de provincie zich vanuit haar regierol inzet voor een zo effectief, efficiënt en transparant mogelijke uitvoering van het waterbeleid, zowel in de waterketen als met betrekking tot het watersysteem. De totaalprijs van een m³ water moet niet alleen inzichtelijk, maar ook niet hoger zijn dan strikt noodzakelijk is.
h. Om waterdoelen te bereiken worden de mogelijkheden binnen de gebiedsgerichte aanpak en het Investeringsbudget Landelijk Gebied benut.
i. Ook bij drinkwaterwinning wordt er zoveel mogelijk gewerkt vanuit een integrale gebiedsgerichte aanpak. In verband met mogelijke calamiteiten moet er beschikt kunnen worden over een strategische drinkwaterreserve.
j. Door middel van communicatie van beleid en voorlichting/educatie moet de provincie ervoor zorgen dat de inwoners zich steeds meer bewust worden van het belang van water(maatregelen) en van de noodzaak van een goede waterkwaliteit. De provincie bevordert dat ook de waterschappen hierin een duidelijke en actieve verantwoordelijkheid hebben.

4.6 Milieu en (duurzame) energie

Visie - Vanuit het rentmeesterschap ligt er voor het CDA een geweldige opgave en uitdaging om op verantwoorde wijze om te gaan met alles wat er om ons heen groeit en bloeit en met de beperkte energiebronnen die ons ter beschikking zijn gesteld. We mogen de aarde beheren en bewerken, maar dienen wel te zorgen dat dit ook door de volgende generaties mogelijk blijft. Het is niet meer de vraag ‘of’ we de milieuaspecten moeten afwegen en ze als een onderdeel van de economische kostprijs moeten meenemen, maar ‘hoe en in welke mate’ we dat behoren te doen. Het CDA is van oordeel dat ook op dit onderdeel duurzaamheid de toetsende leidraad hoort te zijn. Dat geldt voor de stedelijke gebieden, maar zeker ook voor het platteland met de herstructurering als gevolg van de functieveranderingen. We zullen niet mogen ontkennen dat de problemen op het terrein van milieu en duurzaamheid groot zijn. Maar een slimme rentmeester weet ook van dit probleem een kans te maken. Denkend vanuit de mogelijkheden zal worden aangetoond dat innovatie geweldige kansen biedt en dat er met een goed milieubeleid (-rendement) ook geld is te verdienen (economisch rendement) en we tegelijkertijd onze omgeving daarmee leefbaar kunnen maken en houden (maatschappelijk rendement). Het CDA zal initiatieven bevorderen en ondersteunen die aan deze criteria voldoen. Daarbij zal ook gezorgd moeten worden voor een veilige leefomgeving, waarbij de risico’s voor de volksgezondheid moeten worden bestreden. Vanuit haar visie op de samenleving streeft het CDA naar een duurzame energiehuishouding. In de huidige tijd wordt de energiemarkt in Nederland en Overijssel bepaald door ontwikkelingen op wereldschaal. De invloed die de provincie daarop heeft is klein. Niettemin staat de provincie Overijssel voor de taakstelling om tot 2010 te komen tot een CO2 reductie van 660 kiloton. Om die taakstelling te kunnen bereiken zal op meerdere instrumenten worden ingezet. Dat betekent dat het CDA stevig inzet op duurzame energiebronnen. Dit door als provincie te participeren in nieuwe ontwikkelingen, maar ook door initiatieven financieel te steunen en ruimte te scheppen in vooral het ruimtelijk beleid. Daarnaast dient de provincie ook een voorbeeldfunctie te vervullen.

Programmapunten
a. Het milieubeleid wordt geactualiseerd opgenomen in het Provinciaal Omgevingsplan. Bij milieunormering kiest de provincie methoden die zoveel mogelijk een appèl doen op de verantwoordelijkheden van mensen, ondernemingen en organisaties. Dat lokt innovatie uit. De normen moeten helder zijn en elkaar niet overlappen of tegenspreken. Het CDA zet in op een integrale omgevingsvergunning.
b. Het CDA zet in op een gezonde en veilige leefomgeving. De provincie speelt een actieve rol bij bodemverontreinigingen (o.a. asbest en waterbodems) die schadelijk zijn voor de volksgezondheid. De provincie blijft zich samen met de betrokken gemeenten inzetten voor zowel asbest- en waterbodemsaneringen, alsook voor het op korte termijn uitvoeren van de OLASFA-sanering in Olst en het op korte termijn uitvoeren van het saneringplan Teerput Vasse in Tubbergen.
c. De aanpak van milieuhinderlijke bedrijven en het transport van gevaarlijke stoffen wordt opgepakt door uitvoering van het programma Externe Veiligheid.
d. De provincie blijft duurzaam bouwen stimuleren omdat het bijdraagt aan milieuwinst, innovatie en werkgelegenheid. De provincie stelt duurzaamheideisen als opdrachtgever bij aanbesteding en inkoop en brengt duurzame keuzes in als partner in samenwerkingsverbanden en PPS.
e. Het CDA is voorstander van de realisatie van een demopark duurzame (bio)energie bij één van de biomassacentrales in Overijssel. Doel van het park is innovatie bevorderen, de toepassing van duurzame energie stimuleren en Overijssel hiermee op de kaart te zetten. Het demopark kan gerealiseerd worden door de krachten in Overijssel te bundelen: de kennis van Universiteit Twente, de praktijkervaring van de biomassacentrales, het beleid van gemeenten en provincie en de ontwikkelkracht van OOST NV en het bedrijfsleven.
f. Er dient onderzoek te komen naar de toepassing van duurzame energiebronnen (zon, wind, etc).
g. Door de (decentrale) productie van bio-energie en de verbranding van afval wordt er in toenemende mate bruikbare warmte geproduceerd. Het CDA pleit ervoor om hier bij de planning en inrichting van bedrijventerreinen en woonwijken rekening mee te houden om zo aanbod en vraag van warmte bij elkaar te brengen en het gebruik van deze warmte te stimuleren. Hiermee zou tot 60% van de provinciale taakstelling vermindering van CO2 uitstoot (Kyotodoelstelling) gerealiseerd kunnen worden. Ook in bestaande woonwijken, bedrijvenparken, kantoren, scholen en ziekenhuizen kunnen energiestromen beter worden benut.
h. Natuur, landschap, stadsparken, et cetera, zijn een bron van bruikbare biomassa. De provincie bevordert dat deze biomassa ingezet kan worden voor de productie van schone energie.
i. Het CDA pleit voor een verbetering en vereenvoudiging van de wet- en regelgeving, zodat er optimaal gebruik kan worden gemaakt van duurzame energie.
j. Het CDA wil door een gerichte samenwerking en kennisuitwisseling tussen de overheid (provincie, gemeenten en waterschappen), het bedrijfsleven en de onderwijs- en kennisinstituten, de duurzaamheid in Overijssel op een praktische manier en door projectmatige aanpak een flinke impuls geven. Gezien de ligging van Overijssel zal grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van duurzame energie verder gestimuleerd worden.
k. Het CDA zet in op burgerparticipatie bij het invullen van het thema milieu/duurzaamheid. Verbeteren van participatie en een goede voorlichting en educatie zijn daarbij van belang. De provinciale website wordt uitgebreid met informatie over duurzaamheid (geluid, luchtkwaliteit, lichthinder, gezondheid).
l. Handhaving: geen sluitpost, maar sluitstuk.

4.7 Reconstructie en plattelandsontwikkeling

Visie - De logische consequentie van het beleid dat in voorgaande hoofdstukken is genoemd, zal zijn dat het platteland een nieuwe ontwikkeling zal doormaken. Niet alleen in de reconstructiegebieden, maar ook daarbuiten. De provincie zal hier op grond van de haar opgedragen taken door de landelijke wetgever een belangrijke regisserende rol in hebben. Maar ook hier kiest het CDA voor maatwerk en overleg, het overtuigen en motiveren van alle betrokken partijen, hoe divers hun belangen ook mogen zijn. De regelgeving zal hiervoor ruimte moeten bieden, een dictaat van de een tegenover de ander zal contraproductief zijn. Ruimtelijke kwaliteit staat centraal. Plattelandsontwikkeling kent ook een sociaal-economische component, want een duurzaam platteland zonder vitale kernen is evenzeer ondenkbaar als een platteland zonder agrarische sectoren natuur en landschap. In de kernen moet men echt kunnen samenleven en dat betekent op de maat toegesneden voorzieningen en een diversiteit aan woonvormen voor alle leeftijdsgroepen. In de gebieden waar de landbouw zich mag ontwikkelen zullen er voldoende kansen voor een gezonde bedrijfsvoering moeten zijn. Bijzondere aandacht vraagt de stadsrandzones, omdat hier stad en platteland elkaar direct ontmoeten en daarmee hun specifieke problematiek oproepen.

Programmapunten
a. Het in gang gezette reconstructieproces in Twente en Salland wordt met kracht voortgezet.
b. Afgestemd op de aard en behoefte van de gebieden, wordt buiten het reconstructiegebied de plattelandsontwikkeling net zo opgepakt als daar binnen, inclusief een financiële impuls van de provincie.
c. De uitvoering van het provinciaal Meer Jaren Programma (pMJP) in het kader van het Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) vindt plaats in nauwe samenwerking met gemeenten en waterschappen en ook met maatschappelijke organisaties. De provincie doet dit niet vanuit een hiërarchische positie, maar als verbindende schakel in regionale processen en vanuit het principe ‘lokaal wat kan, provinciaal wat moet’.
d. De uitvoering van het pMJP vindt zoveel mogelijk integraal plaats, waarbij alle partners worden betrokken om zoveel mogelijk doelen te bereiken. Ook andere dan in het pMJP opgenomen provinciale financiële middelen worden ingezet om een maximum aan doelen in een gebied te bereiken.
e. Het CDA wil dat niet alleen het Plattelands Ontwikkelings Programma 2 (POP 2), maar ook andere Europese structuurfondsen worden ingezet voor projecten in het landelijke gebied, waaronder ook de groene en blauwe diensten.
f. Om doelen op het gebied van landbouw, natuur en (in samenwerking met de waterschappen) water te bereiken, wordt een actief grondbeleid gevoerd.
g. Ook kleine(re) – lokale – initiatieven in het kader van plattelandsontwikkeling worden door de provincie ondersteund.
h. Bij de evaluatie van de regelingen ‘Rood voor Rood’ en ‘Vrijkomende Agrarische Bebouwing’ wordt onderzocht of de regelingen in de praktijk leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en de sociaal-economische situatie op het platteland.
i. Bij plattelandsontwikkeling gaat het ook om de verbetering van de sociale en economische infrastructuur en de vitaliteit van de kleine kernen. Het CDA wil een impuls geven aan die vitaliteit. Het doel hiervan is om de leefbaarheid en vitaliteit van de kernen duurzaam in stand te houden, door financiële ondersteuning van kleinschalige projecten.
j. Tegen de zojuist genoemde achtergrond wil het CDA dat het Kulturhusconcept en het toepassen van de Regeling vitaliteit kleine kernen worden verbreed en uitgebreid, zodat kleine kernen via hun eigen ‘Kulturhus-op-maat’ niet alleen beschikken over een ontmoetingsplaats, maar ook over een ruimte geschikt voor andere gebruiksfuncties, zoals zorgvoorzieningen (huisarts, fysiotherapie, thuiszorg, jeugdgezondheidszorg, wijkverpleegkundige), politiespreekuur, bewegingslessen, etc. Met de gemeenten en instellingen op zorggebied kunnen coalities worden gesloten om zo'n ‘Kulturhus-op-maat’ te realiseren. Meerdere Kulturhusen worden zo per gemeente mogelijk.
k. De provincie ondersteunt de inzet van gebieds- en leefbaarheidmakelaars c.q. gebiedscoördi-natoren.
l. Het CDA wil dat de provincie de Overijsselse Vereniging van Kleine Kernen blijft ondersteunen.



  
 Contact

CDA Overijssel

Adresgegevens van de Statenleden van het CDA voor de Provinciale Staten kunt u vinden onder Statenleden.

Voor meer informatie over het CDA-Overijssel kunt u contact opnemen via:

tel.: 0570-565661
fax: 0570-565882
e-mail: overijssel@cda.nl

Postadres:
Postbus 17
8120 AA Olst

Bezoekadres:
Kornet van Limburg Stirumstraat 35
8121 DW Olst

  
Copyright (c) 2010 Overijssel