5 Economische duurzaamheid
5.1 Economie, innovatie en arbeidsmarktbeleid
Visie - Op dit moment zit Nederland economisch gezien weer in een opwaartse lijn, mede dankzij de maatregelen waarvoor het CDA in de afgelopen jaren ook haar verantwoordelijkheid heeft genomen. Deze lijn moeten we vasthouden en versterkt doorzetten in Overijssel. Dat betekent:
- Meer bedrijven en meer banen.
-Structuurversterking van de bestaande bedrijvigheid, zodat ondernemers de concurrentie met nieuwe economieën beter aan kunnen.
-Nieuwe (startende) ondernemingen op diverse terreinen, waaronder hightech, de creatieve industrie, toerisme en zorg.
-Meer mogelijkheden om jonge mensen blijvend aan de provincie te binden.
Hierbij wil het CDA uitgaan van de sterke punten die Overijssel te bieden heeft. Zo beschikken we met de Universiteit Twente en de verschillende hogescholen over belangrijke kenniscentra. Verdere ontwikkeling van onder meer microsysteem- en nanotechnologie, kan leiden tot nieuwe spin-off. Maar ook bestaande kwaliteiten, zoals zorg & ICT, ons groene landschap en de ligging aan internationale verbindingsassen, kunnen leiden tot nieuwe bedrijvigheid. De provincie moet deze ontwikkelingen daarom faciliteren en gericht stimuleren door:
- In te zetten op innovatie en de ontwikkeling van nieuwe methoden en technieken bij bedrijven en instellingen.
- Overbodige regels en onnodige administratieve lasten waar nodig verder terug te dringen.
- Heldere en duidelijke voorwaarden te stellen op het gebied van milieu.
- Ruimte te bieden aan bedrijven, maar tegelijkertijd zuinig om te gaan met de beschikbare ruimte, bijvoorbeeld door herontwikkeling en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen.
Programmapunten
Innovatiebevordering
a. Het CDA wil dat de provincie in het bijzonder aandacht schenkt aan belangrijke sectoren als de maakindustrie, bouw, voeding- en genotmiddelindustrie en medische technologie. Vooral de maakindustrie moet een versnelde overgang doormaken om de huidige bedreigde positie om te buigen naar kansrijke product- en marktcombinaties. Ook kan via procesinnovatie bevorderd worden dat er kostprijsverlaging gerealiseerd wordt, wat de concurrentiepositie ten opzichte van lagelonenlanden gunstiger maakt.
b. Het CDA wil aan de thema’s energie en water meer en continue aandacht geven en wel vanwege de toenemende behoefte nationaal en mondiaal enerzijds, en schaarste anderzijds. Duurzame energiebronnen, waterstof en vermindering van (her)gebruik van industrieafvalwater worden dan ook bevorderd.
c. Het CDA wil dat de provincie innovatie ook stimuleert door een voorbeeldfunctie in het eigen inkoop- en aanbestedingsbeleid en door innovatieve methodes in haar eigen bedrijfsproces toe te passen.
d. Het CDA wil dat de provincie zorg draagt voor cofinancieringsmiddelen voor onder meer innovatieprojecten, waarvoor een beroep kan worden gedaan op de Europese structuurfondsen. Deze fondsen worden zo breed mogelijk ingezet in zowel de steden als in het landelijke gebied.
Kennis en kennistransfer
a. Het CDA wil dat vooral de gebieden microsysteem- en nanotechnologie zich sterk moeten kunnen ontwikkelen. Gezien de daar aanwezige kennis van deze onderwerpen, kan de samenwerking met de Universiteit Münster daartoe een bijdrage leveren.
b. Het CDA wil dat de provincie zich zodanig inzet dat in Twente (UT en Saxion), in en rond Zwolle (VU/Windesheim) en in Deventer (Saxion) het bedrijfsleven meer kan profiteren van de kennis die bij de kennisinstellingen aanwezig is. Omgekeerd moeten deze instellingen meer gebruik maken van actuele praktische kennis van de bedrijven. Op deze wijze kan het begrip ‘kennistransfer’ via onderzoeksopdrachten, stages, afstudeerprojecten en andere vormen meer bijdragen aan het duurzaam stimuleren van de economie.
Beroepsbevolking
a. Het CDA wil dat de provincie opleidingsprogramma’s stimuleert in nauwe samenwerking met werkgevers- en werknemersorganisaties. Tevens dient binnen het huidige onderwijsmodel vraag en aanbod nog beter op elkaar afgestemd te worden om de bestaande discrepantie te verminderen.
b. In het belang van de versterking van de economie moet Overijssel ook een aantrekkelijke woon- en werkplek zijn voor hoger opgeleide, afgestudeerde jongeren.
c. Het CDA wil dat de provincie ondersteuning geeft aan projecten in de provincie die kennismaking van VMBO-leerlingen met – en de toetreding van MBO-studenten tot de arbeidsmarkt positief beïnvloeden Het CDA wil dat deze projecten worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de ROC's en VMBO-scholen, samen met het bedrijfsleven.
d. Het CDA wil dat de provincie regionale initiatieven ondersteunt die er op gericht zijn om mensen die minder aansluiting hebben op de arbeidsmarkt meer kansen te bieden. Specifiek gaat het dan om allochtonen met een taalachterstand, jongeren zonder startkwalificatie en langdurig werkloze 45+ers.
e. Bijzonder talent moet een kans krijgen. Het CDA wil dan ook dat de provincie projecten ondersteunt die gericht zijn op het ontwikkelen van meervoudige talenten bij jongeren.
f. Het CDA wil dat stageplekken en leerbanen voor jongeren bij bedrijven en overheidsinstellingen worden gestimuleerd.
g. Het CDA wil dat de provincie initiatieven ondersteunt die gericht zijn op het starten van een eigen bedrijf door personen die vanwege werkloosheid en/of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid geen of weinig kansen hebben op een functie in loondienst.
h. Het CDA wil dat de provincie vanuit haar eigen rol als werkgever en/of als opdrachtgever voor werkzaamheden, diensten en leveranties een bijdrage levert aan de (re-)integratie van mensen in de WSW, de WWB en de WIA.
Bedrijfsomgeving
a. Het CDA vindt dat bij de herziening van het streekplan opnieuw gekeken wordt naar het begrip ‘naar de aard en schaal’. Bij de nadere invulling daarvan moet naar het oordeel van het CDA het getoetst worden aan de volgende aspecten:
- Uitgaande van het vertrouwen in elkaar wordt de verantwoordelijkheid neergelegd daar waar deze hoort.
- De gemeenten worden ook op dit terrein geacht de eigen verantwoordelijkheid te dragen, waarbij er van wordt uitgegaan dat gemeenten de gelegenheid krijgen in voldoende mate te voorzien in uitbreiding van de ‘eigen bedrijvigheid’ voor starters, bedrijfsverplaatsing en –uitbreiding.
- De effecten voor de dichtheid van de regelgeving en bureaucratisering.
b. De provincie stimuleert de herstructurering en revitalisering van bestaande bedrijventerreinen.
c. Het CDA wil dat de bedrijfsomgeving door effectief en efficiënt parkmanagement wordt versterkt, zowel op nieuw aan te leggen bedrijventerreinen als op bestaande. Mede hierdoor kan intensivering van het ruimtegebruik bewerkstelligd worden.
d. Ook vanuit het oogpunt van zuinig ruimtegebruik en een economisch vitaal platteland, wil het CDA dat het gebruik van vrijkomende agrarische gebouwen voor andere economische activiteiten actief wordt bevorderd.
e. Het CDA wil dat het Innovatieplatform Twente activiteiten en projecten niet alleen ten goede laat komen van grote(re) bedrijven, maar ook van het MKB.
f. Het CDA ondersteunt een doorstart voor de burgerluchtvaart op Enschede Airport Twente, als dat mogelijk is met een sluitende exploitatie die door private partijen wordt gerealiseerd. Een financiële bijdrage van de provincie in de exploitatie is niet aan de orde. Het CDA wil dat de herontwikkeling van het gebied bijdraagt aan de economische versterking van Twente en het verbeteren van de infrastructuur, dat er kwalitatief voldoende woningen gerealiseerd kunnen worden, natuur en landschap worden versterkt en het recreatieve gebruik een impuls krijgt. Bij de doorstart voor de burgerluchtvaart, waarbij de besluitvorming mede is gebaseerd op een maatschappelijke kosten-batenanalyse, zullen de nieuwe geluidsnormen ruim binnen de destijds vergunde geluidsbelasting dienen te blijven (militaire en burgerluchtvaart).
5.2 Recreatie en toerisme
Visie - Er is volop vrije tijd en de behoefte aan recreëren, ook en vooral in eigen land, zal toenemen. Overijssel heeft de randvoorwaarden waarbinnen dit kan floreren van nature in zich: een zeer gevarieerd platteland, terecht ‘de Tuin van Nederland’ genoemd, aangevuld met schitterende historische steden. Recreatie en toerisme is een belangrijke economische (groei)sector. De mogelijkheden om de leefbaarheid van het landelijke gebied en de kleine kernen op peil te houden en/of juist te versterken door toeristisch-recreatieve impulsen zijn nog niet uitgeput. In de komende Statenperiode wil het CDA daaraan optimaal aandacht schenken door daarvoor noodzakelijke middelen in te zetten en de beschikbare instrumenten optimaal te benutten. Op het gebied van de rolverdeling op dit terrein zullen nadere keuzes nodig zijn. De overheid zal voorwaardenscheppend moeten zijn en haar verantwoordelijkheid voor de fysieke infrastructuur invullen. De recreatieve ondernemer staat centraal. Het CDA onderkent dat recreatie en toerisme:
- Een groeimarkt is die zelfs in de voorbije periode van economische tegenvallers steeds is blijven groeien en bovendien een markt is waar de investeringen relatief en absoluut gezien een hoog rendement hebben.
- Een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verwerven van neveninkomsten voor kleinere agrarische bedrijven en daarmee aan het instandhouden van de kwaliteit van natuur en landschap.
- Voor de agrarische functie die het platteland heeft en zal houden geen bedreiging zal zijn, doch veeleer een medestander, op voorwaarde dat de verschillende belangen gelijkwaardig ten opzichte van elkaar worden benaderd en bejegend.
- In Overijssel vanwege de van nature aanwezige bronnen, welke ruwweg worden onderverdeeld in De Kop, Het Vechtdal, Salland en Twente - bij wijze van spreken de perken in ‘de Tuin van Nederland’ - uitstekende mogelijkheden heeft om de moderne mens zijn vrije tijd op een goede manier te kunnen laten besteden.
Programmapunten
Het CDA wil dat de provincie Overijssel vanuit haar eigen rol en verantwoordelijkheid deze sector bevordert en stimuleert. Daar waar de provinciale medewerking wordt gevraagd zal het CDA - tegen de achtergrond van de weergegeven visie - dit positief tegemoet treden. Ze zal dat doen door haar steun te verlenen aan de volgende concrete zaken, dan wel deze te toetsen aan de volgende aspecten.
Productontwikkeling en afzetmarkt
a. De hoogwaardige kwaliteit van producten krijgt voorrang op de kwantiteit.
b. Bereiken van zoveel mogelijk verschillende doelgroepen door diversiteit in prijs, waarbij kwaliteit en luxe niet één en hetzelfde zijn.
c. Bevorderen van de gebiedseigen kwaliteiten, waarbij de streekeigen cultuur, cultuurhistorie, folklore en gastvrijheid belangrijke elementen moeten zijn.
d. Verlengen van de subsidiemogelijkheden voor een vergaande verbetering en uitbreiding van digitale technieken.
Samenwerking
a. Versterken van de relatie tussen de sector en kennisinstituten als de universiteit en hogescholen.
b. Het faciliteren van de Regionale Toeristische Bureaus (RTB’s), zodat deze in de gelegenheid zijn om de regio’s in de markt te zetten. Herschikking van de aan het Gelders-Overijssels Bureau voor Toerisme (GOBT) beschikbaar gestelde middelen zal hiervoor overwogen worden dan wel extra middelen zullen worden vrijgemaakt.
c. Verdere samenwerking met aangrenzende provincies en de toeristische instanties in Duitsland door uitwisseling van informatie, ontwikkelen van aanvullende producten en gezamenlijke promotie en marketing.
Ondernemerschap
a. Aandacht voor kwaliteitsverbetering van het toeristische ondernemerschap door directe advisering bij de productontwikkeling en het ontwikkelen van een consulentenproject.
b. Bevorderen van en behulpzaam zijn bij vergunningen en initiatieven voor nieuwe producten, door ze snel en effectief te ondersteunen en noodzakelijke procedures te beperken en/of in te korten.
Infrastructuur
a. Samen met de sector en de regio’s de mogelijkheden van een vaarverbinding tussen het Vechtdal en Twente en Duitsland bekijken.
b. Het toeristisch fietsen en wandelen op te schalen naar de gehele provincie, daarbij gebruikmakend van opgedane ervaringen.
c. Goede toegankelijkheid tot het buitengebied door duidelijke routestructuren te maken.
5.3 Verkeer en vervoer
Visie - Het CDA vindt mobiliteit van groot belang voor de samenleving en economie. Mobiliteit en goede verbindingen zijn onmisbaar in de huidige maatschappij. Het brengt niet alleen mensen met elkaar in verbinding, maar zorgt ook om goederen van leverancier naar klant te brengen. In en rond de grote steden moeten zowel de wegen als het openbaar vervoer verder worden verbeterd. Voor het platteland geldt dat veel mensen aangewezen zijn op de auto, maar daarnaast moet de sociale functie van het openbaar vervoer op het platteland niet onderschat worden. Bij een vitaal platteland is een goed op elkaar aansluitend systeem van openbaar vervoer onmisbaar. Vanuit de deelname aan en betrokkenheid bij het maatschappelijke leven is speciale aandacht voor de mobiliteit van de ouderen van belang. Het CDA wil de komende periode dan ook extra investeren in bereikbaarheid en aandacht hebben voor systemen van verkeersmanagement. Vanuit de duurzaamheid zullen de negatieve effecten van het verkeer moeten worden beperkt. Zowel auto’s als bussen moeten dan ook schoner, stiller en zuiniger worden om de luchtvervuiling terug te dringen. Niet in de laatste plaats moet de verkeersveiligheid verder worden verbeterd. Bij nieuwe aanleg dan wel aanpassing van de bestaande infrastructuur zullen aspecten van landschappelijke inpassing, beperken van negatieve effecten een medebepalende afweging moeten zijn bij het maken van de keuzes.
Programmapunten
Infrastructuur
a. Het CDA wil de komende periode in Overijssel investeren in een verbetering van de bereikbaarheid.
b. Het CDA wil de komende periode afspraken maken met de Minister van Verkeer en Waterstaat over de verbreding van de A28 en de A1 naar 2x3 volwaardige rijstroken (exclusief spitsstroken). Vooruitlopend op de realisatie hiervan wil het CDA Overijssel op korte termijn een realisatie van spitsstroken op de knelpunten die op korter termijn verwacht mogen worden.
c. Het CDA pleit voor een gebiedsgerichte aanpak van mobiliteitsknelpunten in Overijssel. Op basis van netwerkstudies voor Twente, de IJsseldelta en de Stedendriehoek moet worden bezien welke extra investeringen nodig zijn in het hoofd- en onderliggende wegennet om de bereikbaarheid te verbeteren. De samenhang van het hoofd- en onderliggende wegennet is van groot belang. Samenwerking tussen beheerders is dan ook noodzakelijk. Het CDA geeft prioriteit aan de bereikbaarheid van de vijf grote steden en regionale centra zoals Hardenberg en Steenwijk. Het CDA pleit tevens voor het versneld uitvoeren van al geplande maatregelen ter ontlasting van het onderliggende wegennet, zoals bij de N331.
d. De N35 moet op termijn worden opgewaardeerd naar een 100 km/u-autoweg met 2x2 rijstroken en een omleiding om Marienheem. Prioriteit op korte termijn heeft de aansluiting van de N35 op de A28 én verbetering van het traject Wijthem-Zwolle. De bestaande knelpunten in Nijverdal worden door een combitunnel (2x2 rijstroken, spoor, verlengd tunneldak) opgelost. Indien het de oplossing van dit knelpunt sneller mogelijk maakt, is het CDA bereid daarvoor de N35 over te dragen naar de provincie, mits het bijbehorende budget toereikend is om de kosten van uitbreiding, beheer en onderhoud op te vangen.
e. De N18 wordt op korte termijn opgewaardeerd naar een 100 km/u-autoweg. Bij de aanleg wordt zoveel als mogelijk rekening gehouden met de realisatie van de autosnelweg.
f. De N34/340 wordt uitgevoerd als een stroomweg, inclusief de omleiding bij Ommen. Een goede aansluiting bij Varssen is hierbij vereist. Een ongelijkvloerse kruising in de N36 bij Beerze wordt nader onderzocht.
g. Het CDA maakt zich sterk bij het rijk om de N50 op te waarderen tot een A50, met 2x2 rijstroken en een, met het oog op de scheepvaart, hoge brug bij Ramspol, waardoor stremming van het wegverkeer wordt voorkomen. Prioriteit heeft de aanpak van de verkeersonveilige situatie tussen Hattemerbroek en Kampen.
h. Het CDA gaat voor een goede aansluiting met Flevoland op de N23. De N307 moet dan ook verbeterd c.q. opgewaardeerd worden.
i. Het CDA wil dat bij de aanleg van infrastructuur meer gebruik wordt gemaakt van de kennis en het risicokapitaal van het bedrijfsleven, door bijvoorbeeld aanleg, financiering, beheer en onderhoud als één pakket in de markt te zetten.
j. Het CDA wil de komende periode de vaarverbinding Kampen-Harlingen in overleg met de rijksoverheid en andere provinciale overheden verbeteren. Dit is noodzakelijk voor de havens in Kampen. Het CDA zal hier samen met andere provincies voor pleiten bij het rijk en bij Brussel.
Openbaar vervoer
a. Het openbaar vervoer vervult een belangrijke sociale functie op het platteland. Het CDA wil deze functie ook de komende periode waarborgen door maatwerk te bieden door spoorvervoer, busvervoer en collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) en regiotaxi in samenhang aan te besteden. Op deze manier kan er tevens meer samenhang komen in het regionale vervoersaanbod voor bepaalde doelgroepen, zoals zieken, leerlingen en gehandicapten. De mogelijkheden van de regiotaxi moeten voor heel het landelijke gebied meer aandacht krijgen.
b. Het CDA pleit voor een OV-netwerk, waarvan de spoorlijnen Zwolle-Kampen, Zwolle-Emmen, Enschede-Zwolle en Almelo-Emmen de ruggengraat vormen. Regionale bus- en treindiensten moeten goed op elkaar aansluiten en mogen geen overlap vertonen.
c. Bij trein- en busstations moeten voldoende fietsenstallingen en parkeerplaatsen zijn.
d. De Hanzespoorlijn tussen Zwolle en Lelystad moet volgens afspraak worden aangelegd. Het CDA pleit bij de rijksoverheid voor het opwaarderen van de Hanzelijn tussen Amsterdam-Almere en Noord-Nederland in de vorm van een snelle ‘Hanzelijn +’, mede om de schakelfunctie van de regio Zwolle tussen de Randstad en het Noorden te versterken.
e. Het CDA geeft prioriteit aan de verbetering van de kwaliteit en het aanbod van openbaar vervoer in de provincie boven het gratis maken van openbaar vervoer voor bepaalde doelgroepen.
f. Het CDA wil de toegankelijkheid van perrons en materieel voor ouderen en gehandicapten bevorderen.
g. Het CDA hecht grote waarde aan verbindingen van het openbaar vervoer met de rest van Nederland. De provincie dient zich in te zetten om de kwaliteit van deze verbindingen te behouden en daar waar mogelijk te verbeteren.
h. Bij langdurige stremmingen als gevolg van grootschalige projecten voor nieuwbouw en onderhoud, dient er een goed alternatief te worden geboden om de overlast voor getroffen reizigers te beperken.
Fiets
a. Het CDA wil het gebruik van de fiets voor korte afstanden stimuleren. Dit gebeurt door aanleg en een goed beheer van fietsroutes en door subsidies op de aanleg van fietspaden door gemeenten in het landelijke gebied voor recreatieve doeleinden. De verbetering van de verkeersveiligheid van fietspaden die door schoolgaande kinderen worden gebruikt krijgt in het bijzonder aandacht.
Goederenvervoer
b. Het CDA wil het goederenvervoer over water bevorderen door voldoende geld uit te trekken voor beheer en onderhoud van regionale vaarwegen. De bevaarbaarheid van de Twentekanalen, de realisatie van de Zuiderzeehaven in Kampen, de uitbouw van het kanaal Almelo-Coevorden en de aanleg van een nieuwe schutsluis in Zwartsluis verdienen daarbij in het bijzonder aandacht.
c. Ten aanzien van de stedelijke bevoorrading van winkels en opslagcentra wordt de nadruk gelegd op regionale samenwerking en afstemming tussen gemeenten en het bedrijfsleven. Gepleit wordt voor meerjarenafspraken tussen alle betrokken partijen over de regionale aanpak van de stedelijke distributie. Het project ‘goederen naar Twentse steden’ kan als voorbeeld voor de hele provincie dienen
Informatievoorziening
a. Het CDA wil in Overijssel projecten stimuleren om automobilisten en treinreizigers te voorzien van actuele en online informatie over reistijden, alternatieve routes op de weg en de mogelijkheden die het openbaar vervoer biedt.
Schoon, zuinig en veilig
b. Het CDA wil luchtvervuiling zo veel mogelijk bij de bron bestrijden, door het gebruik van schone en zuinige motoren en brandstoffen te stimuleren. Bij de aanbesteding van het provinciale wagenpark en het openbaar vervoer worden strenge emissie-eisen gesteld.
c. In Overijssel vallen vooral onder jongeren nog steeds te veel verkeersslachtoffers. Het CDA zet in op een verdere daling van het aantal doden en gewonden in het verkeer. Het gebruik van alcohol en drugs in het verkeer moet hard worden aangepakt. Op regionale stroomwegen wordt in overleg met Rijkswaterstaat gezorgd voor een eenduidig wegbeeld.
d. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de routering van gevaarlijke stoffen over spoor, water en weg. Uitgangspunt is dat in beginsel geen vervoer plaatsvindt door woonwijken. Waar dit uitgangspunt niet gehanteerd kan worden gelden er strenge afspraken met vervoerders over veiligheid en risico’s en wordt er voldoende op naleving gecontroleerd.